Column

26-10-2016

Techniek helpt techniek, een kip of ei verhaal

Kan mechanisatie nieuwe teelttechnieken helpen ontwikkelen, of is het de vraag vanuit teelttechniek waarop de mechanisatie een antwoord geeft? Nieuwe ontwikkelingen zijn nodig en worden gerealiseerd bij het produceren van voedsel om te voldoen aan de vraag naar voedsel voor de groeiende bevolking. Daarbij wil iedereen onze aarde gezond houden.

Omdat landbouwgrond schaars is en omdat die grond jarenlang intensief gebruikt wordt, zitten daar bezwaren aan. Ziektekiemen kunnen jaren in de grond achterblijven, uitspoeling van voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen zijn bijna niet te voorkomen. De teelt uit de grond en op substraat is daarom in de glastuinbouw veel toegepast. Dit gebeurt ook in de tot nu toe grondgebonden teelten.

Aardbeien op landbouwgrond

Op de open dag bij van Alphen aardbeien was te zien hoe men 3 hectare landbouwgrond omgetoverd heeft naar 3 hectare productieveld voor continu ziektekiemvrij aardbeiplantgoed. Stellages zijn gebouwd voor kunststof bakken, de trayvelden op 50 cm boven de grond telkens 12 m breed en 309 meter lang. Dit heeft het mogelijk gemaakt ongeveer dubbel zo veel, maar ook gezondere planten op te trekken. Daar waar je voorheen maar 1 miljoen planten op kon trekken passen er nu meer dan 2 miljoen.

Nieuwe werktuigendragers

Om dit te realiseren waren nieuwe machines vereist en gebouwd. Werktuigendragers van 12 m breed op rails worden multifunctioneel ingezet. Bij het plaatsen van de trays met potgrond, bij het planten van in de schuur gestekte planten, bij het bemesten met voedingsstoffen drie keer per week, bij het afknippen van ongewenste uitlopers, bij het opzuigen ervan, bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, bij het afdekken tegen vorst, telkens wordt diezelfde werktuigendrager gebruikt. Deze heeft een eigen generator die alle componenten en voortbeweging traploos elektrisch aan kan sturen. Zeer arbeidsvriendelijk, minder arbeid vragend, minder milieubelastend naar de omgeving en geen belasting van het grondwater. Geen verlies van dure kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen, geen drift, niet weersafhankelijk en vooral belangrijk; gezonder (moeder) plantmateriaal voor de aardbeienteelt.

Deze ontwikkeling vergde een enorme inspanning om de nodige mechanisatie voor deze nieuwe teelttechniek mogelijk te maken. Andere ontwikkelingen zullen volgen maar zeker een kans voor vernieuwing in de landbouwmechanisatie en teelttechniek.

Kip of ei, wat doet het ertoe? Mens, dier, plant en mechanisatie; je kunt evolutie niet tegenhouden.

 

29-02-2016

Geld met een hoofdletter G, Techniek met een hoofdletter T

Gevaar of Toekomst voor de landbouwmechanisatie? Op veel fronten is er sprake van revolutionaire technische innovatie, niet alleen in de Landbouw Mechanisatie maar ook in de plantveredeling. In hoeverre beïnvloed dit in de financiële toekomst de koopkracht van de High Tech Precision Farmer en het landbouwmechanisatiebedrijf?

Via zeer technische ingrepen kunnen we nieuwe eigenschappen inkruisen in planten: genetische manipulatie. Denk bijvoorbeeld aan de resistentie tegen een ziekte. En dat is heel iets anders dan natuurlijke plantveredeling. Door bijvoorbeeld in discussies deze twee termen door elkaar te gebruiken krijg je een zinloze discussie die een-ieder op een verkeerd spoor zet. Bij plantverdeling selecteer je op betere eigenschappen en borduur je  daarop voort. Niets nieuws. Het gebeurt al duizenden jaren. Bij genetische manipulatie van planten – die dienen als voedsel voor mens en dier – kruis je vreemde genen in. En dat kan wel eens de dood voor elke boer betekenen. Misschien niet als je tien gemanipuleerde genen tegelijkertijd inkruist tegen bijvoorbeeld Phythofthora in aardappelen – dan krijg je een onverwoestbare plant – maar wel als je dat één voor één zou doen.

Er wordt namelijk meestal slechts tegen één factor resistentie ‘ingemanupuleert’. Zodra die doorbroken wordt heeft de boer midden in het teeltseizoen een gigantisch ziekteprobleem. Hoogstwaarschijnlijk moet hij andere gewasbeschermingsmiddelen inschakelen. De schade is er dan al en slaat zelfs dubbel hard toe. In de vorm van een slechter product en meer kosten. Je moet omschakelen naar andere, veel duurdere gewasbeschermingsmiddelen. Dat middel komt natuurlijk van diezelfde multinationals die ook de gentechnologie beheersen. Ze verkopen zowel plantversterkers als gewasbeschermingsmiddelen. Recent zijn al diverse pogingen tot, en overnames gedaan in beide sectoren. Bij het doorbreken van dat ene gen of misschien wel twee resistentiegenen loopt de boer iedere keer weer een gigantische financieel risico door misoogsten en hoge kosten.

Dat maakt de boer compleet afhankelijk van de multinationals terwijl hij nu zeker weet dat hij nooit meer een directeurssalaris zal verdienen. Eerder een fooi of het minimumloon. En dat terwijl het aandeelhoudersvalue van de aandeelhouders in die multinationals binnen enkele jaren verdrievoudigd.

De vraag voor mij is dus niet zozeer of het technisch genetisch gemanipuleerd voedsel gezond of ongezond is uit humaan of veterinair standpunt. Als vijf multinationals dit trucje van genetische manipulatie kennen komt de wereldvoedselvoorziening in hun handen. Net als het langjarige gemiddelde inkomen van alle boeren op de wereld. En dat is, u zult het begrijpen, slecht voor de mechanisatiewereld. Als de boer geld verdient zal hij investeren in nieuwe hightech precisie machines.

Door de macht van de multinationals zullen enerzijds de voedselprijzen overal ter wereld enorm stijgen. Ze kunnen een voedseltekort creëren bijvoorbeeld door een keer een slecht gen te verkopen. Deze multinationals werken samen; de aandeelhouders hebben overal hun belangen in. Ze leveren gentech zaad, leveren de gewasbeschermingsmiddelen en nemen producten af van de boer. Misschien verkopen ze ook nog wel machines en hebben ze hun hand in BigData. Het inkomen van de voedsel producerende boeren zal enorm dalen en sterk wisselen. Gaan we de wereldeconomie overgeven aan aandeelhoudersvalue? Wat mij betreft niet. Ik zou kiezen voor GTB: Geld voor Techniek bij de Boer houden.

 

14-11-2015

Worden machinekosten de grootste zorgen?

Zo net voor; of als u dit leest net na de Agritechnica – waar schitterende verf en peperduur staal te koop was – is het goed eens na te denken over de ontwikkeling van de machinekosten.

De aanschafprijs van een machine is meestal wel snel duidelijk. Maar hoe zit het met de kosten voor reparatie, onderhoud en afschrijving om maar iets te noemen. Want onderdelen-voorraad, de kosten voor voldoende geschoold personeel dat de machines kunnen repareren, de nieuwe (vervangende) machines die een fabrikant of dealer op voorraad moet hebben en het risico van technische veroudering door innovatie, het brengt allemaal enorme kosten met zich mee. Met name voor de dealers, de landbouwmechanisatiebedrijven. Het zijn allemaal kosten waar de boer in eerste instantie niet aan zal denken, maar die kosten moeten wel allemaal betaald worden. En wie gaat dat doen?

Ik heb ze al eens op een beurs zien staan, zaaimachines van ongeveer 1 miljoen dollar. En dat is het einde nog niet. Een boer bouwde al eens twee rupstrekkers voor een zaaimachine. Zo kon hij een hectare per minuut zaaien. Met slechts een chauffeur. Wat zo’n span kost als alles nieuw zou zijn, dat weet ik niet. Maar als zulke machines via dealers geleverd worden, baren de enorme onderhoudskosten mij zorgen. Je wilt immers voorkomen dat de machine stil valt tijdens het zaaiseizoen. Een versleten deel betekent misschien wel dat je honderd versleten delen moet vervangen. De boer koopt zo’n machine immers om snel en met weinig personeel te kunnen werken. Een paar dagen stilvallen bij 1 hectare zaaiwerk per minuut betekent wel dat duizenden hectare niet op tijd gezaaid kunnen worden. Wie verwacht dat het mechanisatiebedrijf altijd van elk onderdeel, honderd delen op voorraad heeft liggen en hun personeel bereid is honderd delen als de wiedeweerga komt vervangen, prima. Maar wat gebeurt er als die boer zijn machine vervangt door ander merk? Dan liggen die onderdelen daar.

Duizenden hectares later gepoot of gezaaid kost ook nog eens veel opbrengst, een cruciaal punt in gebieden met toch al een kort groeiseizoen. Boerenzorgen zijn nu vaak alleen nog het bodemleven in stand houden, opbrengsten en gewaskwaliteit op peil houden en daar komen nu de machinekosten bij.  In mijn ogen wordt de rol van die machinekosten zelfs nog groter om de opbrengst en kwaliteit überhaupt te kunnen borgen. Dat kan alleen als de Return On Investment (ROI); de terugverdientijd; heel erg kort is. Is maximaal 2 jaar dan een goede norm? Machinekosten geven alleen dan een beetje minder zorgen.

 

25-05-2015

Innovatie op innovatie

Het ontwikkelen van de Wingssprayer heeft me vele jaren gekost. Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf. We hebben het  systeem al op wel vijftien merken spuitmachines gebouwd. En dan plotseling, zomaar ineens, komt een spuitfabrikant op het idee met een nieuw model om het buitenste deel van de spuitboom naar binnen te laten draaien in plaats van naar buiten…

Dat naar binnen te draaien deel van de spuitboom komt dan recht boven het eerste spuitboom deel; links en rechts naast de tank. Dat een en ander moet voldoen aan de wet- en regelgeving voor wat betreft transportbreedte op de weg  is wel uit te leggen. Maar als je onder het buitenste deel van de spuitboom onze Wingssprayer hangt waar moet dan dat deel blijven als je dit deel boven het eerste boomdeel op gaat vouwen?

Je kunt hem weg laten draaien naar links of naar rechts. Je kunt hem via een parallellogram constructie optrekken, elektrisch omhoog draaien of met luchtcilinders of lineaire actuator, omhoogschuiven via een sleufgeleiding of via een tandradconstructie.

Nou ja, we zijn niet voor niks zover gekomen, dus niet bij de problemen neer gaat zitten heeft weinig zin. Op zoek naar oplossingen dus. Het buitenste deel van de Wingssprayer moet in elk geval niet meer onder de spuitboom hangen als je hem dichtklapt. Je kunt dan een deel op laten klappen, halverwege dubbelvouwen of helemaal opklappen. Je kunt hem weg laten draaien naar links of naar rechts. Je kunt hem via een parallellogram constructie optrekken, elektrisch omhoog draaien of met luchtcilinders of lineaire actuator, omhoogschuiven via een sleufgeleiding of via een tandradconstructie. Dat zou je met lucht kunnen bedienen. Maar ook elektrisch. Of beter nog: hydraulisch. En wat zou dat betekenen voor de prijs? Het is namelijk weer een extra investering om het systeem op deze spuiten toe te kunnen passen. Vragen genoeg dus…

Dan begint de zoektocht naar zo klein mogelijke, hydraulische, dubbelwerkende cilinders. En het moeten ook nog eens lichte cilinders zijn.

De inbouwruimte moet in ieder geval zo klein mogelijk gehouden worden. De afgelopen tijd maakte ik model na model. Ze belanden ook model na model in de prullenbak. Uiteindelijk blijkt het aansluiten op de bestaande hydrauliek het beste. Soms heb je immers geen lucht op de spuit. En voor een 12 volt bediening moet je extra schakelingen opbouwen. Dan begint de zoektocht naar zo klein mogelijke, hydraulische, dubbelwerkende cilinders. En het moeten ook nog eens lichte cilinders zijn. Ze worden namelijk op het uiteinde van een 40 meter spuitboom gemonteerd. Daar is een extra gewicht en elke kilogram extra ongewenst. Uiteindelijk, en na lang zoeken lukt het om via via via een mini hydraulische cilinder met een korte slag te bemachtigen. En hij is ook nog eens dubbelwerkend en kan toch een druk van 400 bar hebben. Zo kwamen we uiteindelijk uit op een hydraulische cilinder die met slangen en koppelingen geen 3 kg per maar 600 gram per stuk weegt.

Hij werkt!

Halverwege de zoektocht wilde ik de handdoek in de ring gooien. Maar uiteindelijk leidt een goede ingeving en dito hulp tot een nieuwe innovatie. En nog belangrijker: hij werkt!

 

21-04-2015

Rupsen vs wielen en quad-tracks

Gekscherend zegt men wel eens dat de Canadese of Amerikaanse boer die machines en trekkers van een bepaalde kleur in de schuur heeft staan ook die kleur ondergoed aan heeft. En de aller fanatiekste heeft zelfs die kleur bloed door hun aderen stromen.

Het is daarom best vreemd als je op Canadese bedrijven komt en je tussen de vele groene machines ineens een rode ziet staan. Eentje op vier brede tracks. En het is ook niet de kleinste als het gaat om motorvermogen.

Als je een zo’n rode Case IH Quadtrac tussen allerlei strak gepoetste John Deeres ziet staan vraag je jezelf natuurlijk af: ‘how the hell is that possible?’ Daar ben ik ondertussen achter.

In dat grote land met enorme oppervlaktes met meer of minder glooiend land kennen ze nauwelijks sloten. En zijn die er wel dan zijn het brede gegraven sloten of liever sleuven waar ze dwars doorheen rijden. Sleuven van de ene laagte naar de andere. Ergens op het land moet dan wel een poel ontstaan. Zo’n poel is meestal erg ongelijk van vorm en daaromheen zaait, spuit en oogsten de Canadese boeren met ‘gekleurde’ grote machines.

Je ziet er vrij lange en brede samengestelde combinaties achter de trekkers hangen met 4x4x2 banden of zelfs 4x4x3 banden.

Vanwege het zeer korte groeiseizoen – zelden meer dan 100 dagen – moet alles in korte tijd gebeuren. Daarom zijn er ook zoveel grote machines op het bedrijf. Je ziet er vrij lange en brede samengestelde combinaties achter de trekkers hangen met 4x4x2 banden of zelfs 4x4x3 banden. En je ziet er ook met vier tracks en soms met maar twee tracks. Zit het gewas eenmaal in de grond dan spurten ze als gekken met de spuitmachines over het gewas met 15 tot 30 km/uur en oogsten met zo breed mogelijke maaiborden.

Nu zijn die poelen en vennen rond of ovaal van vorm. Daar omheen werken is met die brede, lange werktuigencombinaties lastiger dan rechtuit rijden. En daar zit nou net de clou. Met vier een trekker op tracks het beste. Dan behoudt je voldoende trekkracht.

Met een trekker op twee tracks moet de buitenste track meer doen om de bocht te maken. Daardoor ontstaat een verschil aan trekvermogen tussen de twee tracks. Dat heeft slip tot gevolg. En de totale trekkracht is lager. Wil je rondom deze natte plekken werken dan gaat dat met knik- of wielsturing en tracks beter dan met twee tracks. En als de leverancier van groene trekkers dan (nog)  geen machine met vier tracks en knikbesturing aanbiedt, dan rest je als akkerbouwer niets anders dan een rode trekker aan te schaffen.

 

23-05-2014

Green Deal

Wat heeft een Green Deal met de Wingssprayer techniek te maken? Een Green Deal is een samenwerkingsverband tussen verschillende partijen met medewerking van de overheid om blokkades die je bij vernieuwing tegenkomt, definitief op te ruimen of vernieuwing mogelijk te maken. Het kan ook een samenwerking zijn tussen een bedrijf en de overheid zelf.

Wingssprayer kreeg medio 2012 een Green Deal (B-90). Goedgekeurd en opgesteld door de overheid zelf om de samenwerking met partijen Wingssprayer en het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vast te leggen. Deze Deal werd ondertekend door Minister Verhagen, Staatsecretaris Atsma en door mijzelf.

Het doel was het minimaliseren van de milieubelasting bij het toepassen van
gewasbeschermingsmiddelen met techniek, zodat er geen drift is en er veel minder chemie in de grond en het oppervlaktewater terecht komt. De rijksoverheid verkent of er een nieuwe categorie met een hoger driftreductie percentage opgenomen kan worden in het activiteitenbesluit; bijvoorbeeld eentje van meer dan 99% driftreductie.

Verder moet de claim van meer dan 99% natuurlijk onderbouwd worden. Dan kan het Ctgb deze techniek meenemen in de toelatingsbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen. Dat biedt een unieke kans om via technische oplossingen een breder middelenpakket ter beschikking te krijgen, omdat daarna de middelenfabrikanten met dit hoger driftreductie percentage mogen rekenen bij hun toelatingsaanvragen. ‘De Wingssprayer kan bijdragen aan verduurzaming van de productie van akkerbouw en vollegrondsgroentegewassen’, werd in de overeenkomst gesteld.

Ik lever leverde de gewenste onderzoeksresultaten aan en meldde de gegevens bij de Technische commissie, waarna goedkeuring volgde. In juni 2012 kon de vlag uit: de Wingssprayer werd met de zeer fijne 015 dop goedgekeurd met méér dan 99% driftreductie bij 0,5 m teelt- en spuitvrij, bij gebruik van een kantdop.

De rijksoverheid is nu twee jaar later nog steeds aan zet, ook al werd de einddatum van het traject gesteld op juni 2013. Het systeem is wel toegelaten en je mag er mee werken, maar de mogelijkheden voor een breder middelenpakket zijn er (nog) niet. De Florerende Nederlandse Agrosector komt zonder en/of met minder  gewasbeschermingsmiddelen te zitten en het milieu wordt nog steeds méér dan nodig belast, eigenlijk mede door de overheid zelf.

De Techniek is er; de Green Deal is er, maar het “activiteiten-besluit” is besluiteloos en zonder (milieuvriendelijke) activiteit.

 

13-01-2014

Nederlandse landbouw en de triple-A status

Half december 2013 kregen veel boeren een brief van onze overheid. Er stond in dat ze nog maar wat langer moesten wachten met het doen van al lang geplande investeringen.

En dat terwijl ze al maandenlang in overleg zijn met machineleveranciers over hun investeringsplannen. Ditmaal konden ze een subsidie krijgen voor de aanschaf van precisielandbouwapparatuur, machines met gps, Wingssprayer en ga zo maar verder. Maanden geleden zijn eerdere verwachtingen al omgezet naar ‘in- of uitgeloot’. De gelukkigen kregen geld om te investeren in innovatieve technieken zodat de Nederlandse landbouw wereldwijd toonaangevend kan blijven. Financiële ondersteuning om de introductie van nieuwe technieken te bevorderen helpt daarbij. Dat is terecht.

De landbouw in Nederland is altijd, en zeker in economisch zware tijden, een stevig fundament onder de Nederlandse economie. De landbouweconomie heeft weinig te maken met de algemene economie. Hij staat er vaak zelfs helemaal los van. De overheid mag dan ook best iets terug doen voor de agrisector. De teleurstelling bij de boeren en veel mechanisatiebedrijven was dan ook groot toen ze een brief kregen waarin stond dat ze nog maar even moesten wachten met de aankoop van hun machine. De overheid heeft namelijk besloten dat het mogen doen van investeren in de vernieuwing van hun machinepark is uitgesteld tot februari.

Als je moet wachten tot februari 2014 om het toegezegde (of toch niet toegezegde?) bedrag alsnog te investeren, schept dat veel onzekerheid. Het zorgt in elk geval voor veel vertraging. Dat de brief totaal onduidelijk blijft over de reden van uitstel, voedt alle onzekerheid. En de vertraging bedraagt al snel een half jaar. Maanden in overleg, maanden wachten op in- of uitloting en dan nu maanden uitstel betreffende het mogen doen van vernieuwende investeringen. Maar dan zijn we er nog niet. Moet de machine dan ook nog eens op specificatie gebouwd worden, dan moet je er ook nog eens maanden op wachten.  Alles bij elkaar kost het 8 tot 9 maanden voor het innovatieve kindje geboren kan worden.

Daar komt nog bij dat het overschakelen op een nieuwe machine midden in een teeltseizoen soms totaal niet past. Overschakelen naar een andere grotere schoffelmachine of een nieuwe Wingssprayer spuitmachine met een andere werkbreedte in een spuitseizoen, is bijna onmogelijk en ongewenst. Dan treedt er alles bij elkaar een vertraging van een jaar voordat iets nieuws versnelt in de praktijk werkt. Het duurt dus een jaar voordat die nieuwe techniek voordeel op gaat leveren voor boer, omwonenden en het milieu. Uiteindelijk zijn de belastinginkomsten voor de overheid ook nog eens lager.

Waar zijn onze belangbehartigers zodat dit soort domme bureaucratische maatregelen geen innovatie blokkade worden voor onze schitterende Nederlandse agrisector? Is de Nederlandse landbouw niet het enige ‘bouwwerk’ wat nog een triple-A status heeft? Volgens mij wel.

 

04-11-2013

Buitenlandse handel

Onlangs ging ik met een groot aantal Nederlandse bedrijven naar een landbouwbeurs in Moskou. AgentschapNL regelde namelijk voor 24 Nederlandse bedrijven een gezamenlijk Holland-paviljoen op een mooie plek op de Golden Autumn beurs. Grote, al  internationaal opererende, bedrijven en kleine nog niet aan het ‘verre’ buitenland  leverende bedrijven zijn er verzameld. Een uitermate aangenaam gezelschap, mag ik wel zeggen.

Wingssprayer had met acht andere kleine Nederlandse bedrijven met ministand van 5 m2 meter in het schitterende paviljoen. Pionieren heet dat. Je gezicht en je bedrijf laten zien en dan maar afwachten wat er gebeurd. Nou niet helemaal natuurlijk… Je doet je stinkende best om folders te laten vertalen naar het Russisch, je laat banners maken en je huurt een TV om films te laten zien. Maar verder is het afwachten.

Ik verwacht veel van Rusland. Je kunt immers berekenen dat onze techniek een besparing of betere werking van gewasbeschermingsmiddelen en meer spuitbare uren overdag oplevert. Dat zou toch de doorslag kunnen geven op grote bedrijven? In elk geval is de Return On Investment kort, misschien wel heel kort bij grote oppervlaktes, en die hebben ze in het Oostblok.

Dan, ineens, als donderslag bij heldere hemel gebeurt er in Nederland iets wat inslaat als een bom. Je hoort wat en je hoort nog wat, maar het fijne weet niemand. Iedereen houdt zich tegelijkertijd angstvallig stil. De relatie met Rusland was immers al stroef. Was er te weinig gesmeerd met olie en vet of honing en stroop of is Nederland gewoonweg te arrogant geworden? In elk geval hebben we de Russische minister van landbouw maar ook de Russische landbouwpers niet gezien op het Holland Paviljoen. Ze trokken met een boog om het Holland Paviljoen heen.

Gelukkig blijken er op de beurs ook verschillende Nederlandse standhouders te staan. Standhouders waarmee we al enige keren in gesprek waren en die nog steeds interesse tonen. We houden aan de beurs dus vreemd genoeg vooral afspraken in Nederland over. En toch nog een paar mooie buitenlandse contacten.

 

03-09-2013

Gewasbeschermingsbeleid

Het gewasbeschermingbeleid in Nederland moet volledig op zijn kop. Er is al 20 jaar een no-till beleid gevoerd door genetisch ‘gemodificeerde’ onderzoekers. Al jaren is het onderzoek hetzelfde en onderzoekers lijken te dansen naar de pijpen van grote fabrikanten en leveranciers.

Een beleid dat je vast stelt op basis van deelonderzoeken, computermodellen en berekeningen is fout. Elk onderzoek kun je op meerdere manieren lezen, computermodellen worden door onderzoekers gemaakt en elke berekening is daar weer een afgeleide van. Zo is de eenzijdige keuze om de druppeldoorsnede als richtlijn voor de emissie te gebruiken, funest voor de sector en voor de omgeving. Door te kiezen voor een beleid dat is gebaseerd op die druppeldoorsnede is de efficiënte werking van veel dure middelen uit het oog verloren. En tegelijkertijd zijn naast druppeldrift emissieroutes zoals dampdrift, runoff van middelen naar de sloot via het grondwater en rechtstreeks naar de sloot niet in beeld. Er zijn dus vier routes en niet slechts één. Vier routes die allemaal hun effect hebben op de bodemdiversiteit. En daar kijken de onderzoekers ook al niet naar.

De machtspositie van een groot onderzoek-instituut werkt daarbij ook nog eens sterk vertragend, is erg duur en er zitten mensen met vier petten op. Hun grootste pet is die met de klep die ze ophouden als geldzak. En: uit bijna elk onderzoek komt een advies voor meer onderzoek.

Ja, ik heb er ervaring mee. Als leverancier van Wingssprayer moest ik twee jaar wachten op een uitwerking van WUR-PRI. Een berekening die ik zelf in een paar uur kan maken. Maar dat mag niet. Ik ben daarvoor namelijk niet geautoriseerd. Een geaccrediteerd bedrijf maakte de berekening overigens wel in 5 dagen maar dat bedrijf mag dan weer geen rapport opleveren omdat het de, al openbare, cijfers van PRI niet mag gebruiken. Zit daar een soort auteursrecht op?