Bloembollenteelt

Diverse ziektes kunnen overgebracht worden door de vliegende bladluizen gedurende de teelt of het bewaarseizoen. Virusverspreiding door deze luis gebeurt vóór, tijdens en tot enkele weken na de bloei. De schimmels Fusarium en Botrytis, in de volksmond ‘zuur’ en ‘vuur’ genoemd, en meerdere soorten mozaïekvirussen zijn soms echte plaaggeesten. Een eenmaal opgelopen virusinfectie in een bol gaat op alle nakomelingen over. De teler wil dit voorkomen en daarom vereist de bescherming van het gewas continu aandacht.

Het uitvoeren van diep doordringende gewasbespuitingen tegen bladluizen is erg belangrijk. De Wingssprayer spuittechniek biedt de oplossing. Door de vleugels net boven het gewas te positioneren kan indien gewenst ook zonder het gewas te raken gespoten worden. Door de geringe onderlinge dopafstand van 25 cm en volledig afgeschermd voor wind geeft de vleugel een diepe indringing.
Diverse vliegen leggen eitjes tussen half mei en eind juni aan de voet van de plant en zijn een probleem bij het telen. De larven die uit deze eieren komen dringen de bol binnen. Als de larve volgroeid is (in het voorjaar), verlaat het de bol. De bolschijf is daarbij sterk verkurkt en heeft een gaatje aan de rand.

Vaak groeien de bollen minder en zijn er één of meerdere gangen in de bol aanwezig waardoor het groeipunt van de bol verloren gaat. Omdat de vlieg de eieren aan de voet van de plant legt moet juist daar goed gespoten worden zodat zij geen eitjes kunnen leggen. De Wingssprayer opent het gewas op eenvoudige manier waardoor de fijne spuitnevel diep doordringt in het gewas en alle vliegen, larven en eitjes zal doden.

 

Gewassen